Samenvatting: |
Deze les valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor geschiedenis voor havo en vwo, leerjaar 2. Dit is tijdvak 7 met het onderwerp: Verlichting. De Verlichting is de periode van ongeveer 1650 tot 1800. In deze periode werd er veel nagedacht over de maatschappij. Wetenschappers probeerden antwoord te geven op vragen als: 'Wat moet de rol van de kerk zijn?' en 'Wie moet het land besturen?' In deze les komen ideeën van een aantal van deze wetenschappers aan bod. De Verlichting zorgde voor nieuwe ideeën rondom verdeling rondom macht, kennis en wetenschap, verdeling tussen kerk en staat en hoe er naar de vrijheid/gelijkwaardigheid van de burger werd gekeken. Uitgangspunten zijn hierbij natuurrecht, vrijheid en de rede. Belangrijke denkers van de Verlichting zijn Adam Smith, Decartes, Diderot, Rousseau, Spinoza, Voltair, Locke en Montesquieu. Verlicht absolutisme was dat vorsten zich aangetrokken voelden tot de Verlichtingsideeën maar niet volledig afstand namen van hun macht. Dergelijke vorsten noemen we verlicht despoten. Voorbeelden hiervan zijn Thomas Hobbes, Catharina de Grote en Frederik II van Pruisen. Begrippen die verder bij deze les horen zijn: trias politica, sociaal contract, ratio en rede, vrije marktprincipe, liberalisme, rationeel wereldbeeld en Maatschappij vóór de Verlichting (rond 1650). |