Samenvatting: |
Deze les valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor geschiedenis voor havo en vwo voor leerjaar 1. Dit is tijdvak 2 met het onderwerp Griekse beschaving. Deze les valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor geschiedenis voor havo en vwo voor leerjaar 1. Dit is tijdvak 2 met het onderwerp Griekse beschaving. In het oude Griekenland ontstonden tussen 800 en 500 v.Chr. zo'n 700 stadstaten, waarvan Athene en Sparta de machtigste waren. De meeste stadstaten werden geregeerd door adellijke families, maar sommige hadden volksvergaderingen die inspraak boden aan alle mannen. Vrouwen, slaven en mensen van buiten Athene hadden geen stemrecht. De mensen met stemrecht waren vaak ''nieuwe rijken'' en zij kozen aan de hand van volksvergaderingen en koos 10 leiders voor het legen en vloot. Het dagelijkse bestuur was in handen van een wisselende groep van 50 leden. Dit legde de basis voor de moderne democratie. De Griekse poleis werden later opgenomen in het Romeinse Rijk, dat veel aspecten van de Griekse cultuur overnam. Athene had een sterke militaire en handelsvloot en stichtte vele koloniën. Sparta daarentegen werd geregeerd door een oligarchie/aristocratie, waarbij het dagelijkse bestuur in handen was van enkele notabelen. Sparta was gericht op oorlog en verovering, had een sterk leger en geen koloniën. De cultuur van Sparta was minder ontwikkeld en draaide vooral om discipline, vechten en fysieke kracht. De oude Grieken hadden een mythologische verklaring voor de wereld en geloofden dat de goden alles beheersten. Later gingen ze ook andere verklaringen zoeken en werden er wetenschappelijke disciplines ontwikkeld, zoals filosofie. Socrates, Plato en Aristoteles waren belangrijke filosofen uit die tijd. De democratie in Athene had ook invloed op het onderwijs en het belang van debatteren en argumenteren werd benadrukt. Het oude Griekenland bestond uit ongeveer 700 onafhankelijke stadstaten, met elk hun eigen bestuur. De stadstaten hadden overeenkomsten op het gebied van taal, godsdienst, onderwijs, wetenschap en kunst. De Olympische Spelen waren een uiting van de verbondenheid tussen de stadstaten. Oorlogen en emigratie leidden tot de stichting van Griekse koloniën en de verspreiding van de Griekse cultuur. |