Samenvatting: |
Deze les valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor geschiedenis voor havo en vwo leerjaar 1. Dit is tijdvak 3 met het onderwerp Christendom in Europa. In het jaar 394 riep de Romeinse keizer Theodosius het christendom uit tot staatsgodsdienst in het Romeinse Rijk. Vanaf dat moment verspreidde het christendom zich snel over Europa. De verspreiding ging snel onder Karel de Grote. Hij vond de verspreiding belangrijk en stimuleerde zendelingenwerk (door missionarissen zoals Bonifatius) en het bekeren van heidenen. Hij voerde ook de speciale belasting in voor het bouwen van kloosters en kerken. Kloosters waren religieuze centra waar monniken bij elkaar woonden en leefden in navolging van Jezus. Het dagelijks leven van een monnik bestond uit religieuze verplichtingen, legden wegen en sloten aan, de kopieerden teksten en bestudeerden wetenschappelijke en religieuze boeken. Monniken leefden onder drie geloften: armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Begrippen die horen bij deze les zijn: Franken, Clovis, missionarissen, Willibrord en Bonifatius, kloosters, schrijven, Karel de Grote en Constantijn. |