Samenvatting: |
Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor biologie voor vmbo-kgt1. Dit thema heet voeding en bevat 5 onderwerpen. Het eerste onderwerp is eetgewoontes, hierbij leer je wat redenen zijn voor het veranderen van je eetgewoonten. Je leert wat het verschil is tussen een vegetariër en een veganist en je kan een aantal voedingsmiddelen opnoemen die vleesvervangers zijn. Het tweede onderwerp is voedingstoffen, hierbij leer je wat het verschil is tussen voedingstoffen en voedingsmiddelen. Voedingstoffen zijn de bruikbare bestanddelen van voedingsmiddelen dit zijn er zes; water, koolhydraten, mineralen, vetten, vitaminen en eiwitten. Je moet van al deze voedingstoffen ook weten wat hun functies zijn dit kan zijn; een bouwstof, brandstof, reservestof of beschermende stof. je moet de aanwezigheid van zetmeel in een voedingsmiddel kunnen vaststellen en je kan aan de hand van voorbeelden uitleggen welke delen en voedingstoffen van planten belangrijk zijn voor mensen. Het derde onderwerp is energie en gewicht, hierbij leer je wat de energiebehoefte is, dit houd in wat de hoeveelheid energie uit voedsel is die je dagelijks nodig hebt. Je weet dat de BMI (Body Mass Index) iets zegt over je lichaamsgewicht in combinatie met je lengte. Je weet ook dat obesitas inhoud dat er te veel vet is opgeslagen in het lichaam en dit voor gezondheidsproblemen kan zorgen en dat anorexia nervosa een eetstoornis is waarbij je jezelf kan ondervoeden en hierbij kunnen ook gezondheidsproblemen ontstaat. Het vierde onderwerp is: gezonde voeding, hierbij leer je de schrijf van vijf kennen, kan je etiketten aflezen en aangeven of een maaltijd wel of niet gezond is. Als laatste onderwerp voedselbereiding, hierbij leer je het verschil tussen de cellen van bacteriën en schimmels en voorbeelden geven waaruit blijkt dat ze nuttig zijn. Je weet dat bacteriën en schimmels ziekteverwekkers kunnen zijn en kunnen zorgen voor voedselbederf. Je weet dat je voedsel kan conserveren door het te pasteuriseren en steriliseren, invriezen, drogen, vacuüm verpakken, roken, conserveringsmiddelen te gebruiken en te zouten. Je weet dat een goede hygiëne belangrijk is voor het voorkomen van infecties en je weet wat een kruisbesmetting is. |